Vanmiddag reed ik in de auto en Radio 2 stond op. Ze hadden één of andere man aan de lijn die commentaar gaf op nieuws, en uiteraard kwam daar het nieuws langs van de minister van Engelshoven die iets over genderneutraal speelgoed heeft gezegd. Ik werd heel erg gefrustreerd door de reactie van deze commentaar gevende beller: “aaargghh jaaa hahahaha nou ik heb echt serieus eerst een half uur lopen overgeven boven het toilet”. Ik weet niet wat daarna kwam. Ik ben van zender veranderd.

Het artikel van het AD (Genderneutraal speelgoed? ‘Er is ook nog zoiets als natuur, maar dat mag je allemaal niet meer zeggen’) laat weliswaar prof. dr. I.L. Stengs aan het woord die het opneemt voor de uitspraken van de minister. Echter, zoals de titel al doet vermoeden, gaat het daarna direct ook over op de kritiek op het ‘genderneutraal’ speelgoed van Emeritus hoogleraar psychiatrie Koerselman. We zijn dieren, er is natuur, we mogen niks meer, we hebben geen identiteit meer, we mogen geen man of vrouw meer zijn…. Het zijn de bekende kritieken die ik veel hoor, en die steeds heftiger worden geroepen, alsof de wereld vergaat. Dus bij deze: mijn inhoudelijke reactie.

Gender’neutraal’ speelgoed

De woorden van de minister zijn allereerst flink verdraaid in de media. Het oorspronkelijk artikel (ook op het AD) kun je namelijk hier vinden, en kopt als volgt: Minister: Weg met seksistisch speelgoed. De minister gebruikt hier woorden als ‘rolbevestigend speelgoed’, wat toch echt wel iets anders is dan gender’neutraal’ speelgoed. Al is het nog niet precies wat ik hoop dat de minister bedoelt met de opmerking. Wat de minister vervolgens ook laat zien, met haar tweet in reactie op de ophef:

Wat er mis is met gender’neutraal’? Neutraal doet vermoeden dat er niks is, dat we geen gender meer mogen hebben, dat we geen man of vrouw meer mogen zijn. Precies wat de kritiek op de opmerking zo hard en luidkeels uitschreeuwt. Alhoewel je mij nooit zo hard zult horen schreeuwen en dingen zal horen zeggen dat ik er een half uur van boven het toilet moest kotsen, zijn we het dus roerend eens. Niemand kan iemand het ‘man’ of ‘vrouw’ zijn afnemen, en ik kan niet geloven dat de minister dat als intentie had. Waar het om gaat is niet het wegnemen van identiteiten, het wegnemen van rolverdeling, het wegnemen van speelgoed. Het gaat om de marketing van dat speelgoed, om het aanbieden van bepaald speelgoed alleen aan bepaalde kinderen.

Het “Franse model”

In het ‘Franse model‘ worden alle genderspecifieke verwijzingen van verpakkingen verwijderd, en mag men in de winkel niet meer vragen of het voor een meisje of een jongetje is. Wel, daarover kan ik zeggen dat ik er persoonlijk bijzonder enthousiast van wordt, aangezien deze dingen mij altijd bijzonder frustreren. Dat Bob de Bouwer wordt verboden gaat mij ook te ver. Laat Bob een vrouwelijke compagnon krijgen ofzo, werkt toch ook? Niemand die zegt dat mannen geen bouwvakker meer mogen worden?

In ieder geval, bear with me, laat me proberen uit te leggen waarom me het eerste me zo frustreert aan de hand van een theorie geïnspireerd door Egalia (genderbewuste kleuterschool in Zweden).

De gender-cirkel

Cirkel van genderspecificiteit

Stel je even een cirkel voor, voor het gemak. Wat we op dit moment doen is zij die worden gelezen als ‘man’, de ene kant van de cirkel aanbieden. En zij die worden gelezen als ‘vrouw’, krijgen de andere kant van de cirkel. Toegegeven, we hebben al een hele emancipatie-periode waardoor de lijnen ietwat zijn geblurred. Vooral voor de vrouwen dan, mannen zijn slechts pas sinds een paar jaar bezig met een … ’emancipatie’ periode? En er zijn altijd dingen die voor beide kanten geldt. Maar generalistisch, kun je het zien als een cirkel met 2 helften. En wat is het doel van het ‘weghalen’ van het seksistische speelgoed? Het doel van het idee om met z’n allen genderinclusief te handelen, zoals ik het beschrijf? Die lijn weghalen! Geen half voor de ene en half voor de ander, maar een hele cirkel, voor iedereen. En als een kind graag bepaald soort speelgoed kiest, dan is dat helemaal prima. Niemand die daar iets van zegt. Welke gender dat kind dan ook maar is, en welk speelgoed dat kind ook maar kiest.

Cirkel van genderinclusiviteit

Rolverdeling en identiteiten

De opvoedkundigen, in het verhaal van het AD zelfs een hoogleraar psychiatrie, komen vaak terug op één onderwerp: rolverdeling, identiteit, onzekerheid, ontwikkeling van het kind heeft vastigheid nodig. Ik ben geen psychiater, geen opvoedkundige, maar heb wel een cum laude diploma in Social Work. Ik snap de behoefte aan identiteit en vastigheid, en niemand die genderinclusief handelen promoot wil dat van iemand afnemen. Zeker, de vaste hokjes van man env rouw geven een grote mate van vastigheid, en maken het leven een heel stuk makkelijker. Dat is wat regels doen. Betekent dat ook dat alle regels goed zijn? Of prettig? Of werkend? Tuurlijk niet, iedereen weet hoe irritant regels kunnen zijn, en dat we regelmatig sommige regels moeten veranderen en aanpassen aan de inzichten des tijds.

Wordt het makkelijker met genderinclusief handelen, in plaats van genderspecifiek handelen? Waarschijnlijk niet. En zoals niet alle kinderen het goed doet bij een school zonder vaste vakken en veel vrijheid, zal vast niet iedereen het goed doen bij de vrijheid die genderinclusief handelen geeft. Is dat erg? Nee, de mensen die de vast omlijnde hokjes nodig heeft, zal ze vanzelf opzoeken en zich er aan houden, en dat is geheel aan hen om daar hun identiteit uit te halen. Net zoals het geheel aan mensen zelf is om hun identiteit uit religie te halen, of uit wat dan ook. Is het ‘erg’ als kinderen toch super genderspecifiek hun speelgoed uitkiezen? Nee niks mis mee. Zolang het maar echt hun keuze is, en niet een reactie op de (onbewuste) verwachtingen van de volwassenen waar ze voorbeeld uit nemen.

Onbewuste verwachtingen

Daar zit het hele probleem in bij het genderspecifiek handelen. In de grapjes, in de opmerkingen, in het ‘bij de …’ horen. Kinderen kijken op naar de volwassenen die ze in hun leven tegen komen. En zelfs als die volwassenen al heel erg bewust hun best doen om genderinclusief te handelen, zit er vaak een enorme hoeveelheid aan onbewuste reacties achter. En een kind voelt die onbewuste reacties, en die zijn misschien nog wel veel belangrijker dan de bewuste reacties. Zoals we allemaal wel weten is het merendeel van onze communicatie non-verbale communicatie. En dus zijn die onbewuste reacties, handelingen en verwachtingen het belangrijkste om naar te kijken.

Stel je voor – je staat bij de bushalte en er staan 2 kindjes, een jongetje en een meisje. Het meisje heeft een roos in de hand, het jongetje niks. Je knielt neer voor het meisje om wat tegen haar te zeggen – wat zeg je? “Mooie roos? Wat ben je een lief meisje?” Het jongetje komt ernaast staan, wil ook wel zo’n compliment ontvangen van een vreemde. Wat zeg je? “En wat ben jij een stoere jongen!”. Allemaal goed bedoeld, fantastisch, super, zouden we vaker moeten doen. Echter, dit is wat de kinderen de hele dag horen. Het meisje is lief, het jongetje is stoer. Het meisje is mooi, het jongetje is handig. En dat de hele dag door. Is daar iets mis mee, zou je kunnen zeggen. Het klopt toch? Wel, heb je ooit van selffulfilling prophecy gehoord? Of Jane Elliot, met haar blauwe-bruine ogen experiment? Let op: oud filmpje. Ze doet dezelfde experimenten nog steeds, ook heden ten dage, met dezelfde resultaten.

Selffullfilling prophecy

Wanneer je vaak genoeg hoort hoe slecht je bent, ga je je er vanzelf naar gedragen. Wanneer je vaak genoeg hoort dat je slecht bent in Engels, ga je je daar naar gedragen. En het werkt ook andersom: als je vaak genoeg hoort dat je sterk bent, ga je je daar naar gedragen. Als je elke dag hoort dat je uitblinkt in taal, ga je je daar naar gedragen. En dat heeft gevolgen voor waar je goed in wordt, want dat wat je vaak doet daar wordt je vanzelf beter in. Zo werkt training…

Ik heb dit zelf meegemaakt. Bij ons in de familie is het een grapje: ‘wij Abels zijn slecht in Engels’. Zit wat in, in mijn geval, aangezien ik opgegroeid ben zonder tv en nauwelijks films zag. Mijn peers konden in de eerste klas al hele tv series in het Engels konden citeren, en ik had nog geen idee wat “I am” betekende. Ik had dus dan ook een onvoldoende op Engels in de eerste klas, en die grap werd weer herhaalt thuis: “ach ja, maar wij Abels zijn toch slecht in Engels, dus die onvoldoende is niet zo gek!”. Dus ik had de jaren erna ook onvoldoendes. Zelfs het feit dat ik enorm mijn best deed op Engels vanwege de nieuwe docent die we kregen in de 4e, hielp nauwelijks. Ik praatte de hele fietsroute in het Engels tegen mezelf, om te oefenen. Maar ik kwam op school en alles was weg. Want, “wij Abels zijn slecht in Engels”. Zo heb ik mijn Engelse cijfer van een 3 naar een 5 weten op te krikken gedurende mijn gehele schoolcarriere. Het enige vak waar ik een onvoldoende op stond. Zodra ik na de middelbare naar Letland vertrok voor vrijwilligerswerk, en daar aankomende realiseerde dat ik niks anders dan Engels kon spreken om me verstaanbaar te maken, kwam al het oefenen goed van pas: binnen no-time kon ik Engels. En daarna? Heb ik zoveel gereisd, in Frankrijk gewerkt, een engelstalige minor gedaan, een 8 op de IELTS toets gehaald, en een engelstalige universitaire master afgerond. Mijn onvoldoende had dus niks te maken met mijn incapaciteit om Engels te spreken. Het had alles te maken met de verwachtingen van buiten die ik zozeer had geïnternaliseerd dat ik geen Engels kon zodra het erom ging.

Mijn punt hier? Vervang dat Engels eens met bijvoorbeeld… Taal. Of sport. Stoer zijn. Lief zijn. Mooi zijn. Krachtig zijn… Stereotypen die we bij specifieke sekses neerleggen, en waar de meeste kinderen naar gaan handelen. Ongeacht of dat bij hen past of niet. En zeker, een aantal zullen gedurende het volwassenen worden erachter komen dat ze toch anders in elkaar steken dan ze eigenlijk dachten in elkaar te steken, maar dan nog is de vraag of ze daaraan gaan toegeven want bepaalde dingen zijn gewoon niet ‘cool’ en ‘geaccepteerd’ door de peers. Omdat die dezelfde verwachtingen en patronen hebben geïnternaliseerd. De vraag is dus dan of je het durft toe te laten, of dat je er überhaupt achter komt dat je niet bent zoals je je voordoet. En dan blijf je dus rondlopen met het gevoel dat er iets mis is, constant die druk van ergens, geen idee waar vandaan, maar erg vervelend. I know the feeling. Ik wist niet dat ik op vrouwen viel, om even m’n eerste ‘coming out’ erbij te halen, tot iemand anders het herkende in mij. Tot die tijd liep ik rond met het gevoel dat er iets was, maar geen idee wat dat iets was. Of misschien (laten we zeggen zeker weten) wel een idee, maar vooral geen enkele behoefte eraan toe te geven. Want dat was niet wie ik wilde zijn, wie ik dacht te moeten zijn, niet wat aan de verwachtingen die ik dacht dat andere mensen over mij hadden voldeed…

Oh en voor iemand erover begint – ik heb geen idee hoe ik mijn seksuele oriëntatie nu zou moeten omschrijven. Ik voel me wel tot iemand aangetrokken, of niet. Dat is alles wat ik erover kan zeggen.

Conclusie

In conclusie? Wel, dit hele artikel was eigenlijk vooral een reactie op de heftige reacties die zo’n uitspraak van de minister oproepen. Ik kreeg de link direct al doorgestuurd via mijn facebook (dank daarvoor!), en had al bedacht ‘oh daar moet ik even op reageren als ik de tijd vind’. De laatste tijd heb ik weinig tijd over daarvoor, dus ik had er ook al achteraan bedacht dat ik waarschijnlijk de tijd niet zou vinden. Ik had echter niet geanticipeerd op die man op de radio die begon te schreeuwen over hoe hij een half uur had lopen kotsen in het toilet bij het horen van het nieuws… Je begrijpt, toen moest ik wel reageren. Dat mensen zulke frustratie hierover voelen, terwijl ze eigenlijk geen idee hebben waar het over gaat. Dat mensen zo aangevallen voelen, terwijl niemand hun iets wil afnemen. Ik begrijp dat niet. En het is tijd dat meer mensen het verhaal horen dat achter het nieuws zit wat hen zo frustreert. Bij deze dus.

Vragen, opmerkingen? Laat ze hieronder achter in een reactie, stuur me een bericht via mijn contactpagina, via mijn LinkedIn, of Facebook. Workshop boeken, lezing, interview, etcetera? Stuur mij een bericht via één van bovenstaande opties en ik kom zo spoedig mogelijk erop terug.


2 reacties

ruszenka · oktober 2, 2019 op 1:06 pm

Bob de Bouwer heeft een medebouwvakker en die heet Wendy. En dat is al 21 jaar oud. Hun leuze was (elke week een moeilijke klus): Kunnen we het maken? Nou en of!! (Can we fix it? Yes we can!) Een heerlijk levensmoto, waar alle millenials mee zijn opgegroeid. Lekker bezig!

    Admin bar avatar

    drs. Eelste · oktober 7, 2019 op 7:52 am

    Rusz! Ja, ik hou van die slogan! Ondanks dat ik Bob de Bouwer niet heb kunnen kijken vroeger, ken zelfs ik die slogan. Wist niet dat er ook een Wendy is, goed om te horen. Misschien dat ze haar een wat grotere rol kunnen geven ofzo, zodat iedereen Bob en Wendy de Bouwers kennen, ipv alleen Bob de Bouwer… Zomaar een idee 🙂

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

%d bloggers liken dit: