<< terug naar het overzicht

 gen·der (het; o)1
1 geslacht, sekse
2 geslacht waarvan iem. het gevoel heeft deel uit te maken
3 alles wat bij het man- of vrouw-zijn hoort, alle seksegebonden eigenschappen

Allereerst: het woord ‘gender’ is eigenlijk een Engels woord, en zou in het Nederlands moeten worden vertaald als ‘geslacht’. In die vertaling zouden we ‘geslacht’ als het ‘sociale gedeelte’ van ‘sekse’ moeten zien. Maar, geslacht is niet het sociale aspect van sekse, zoals men wél het Engelse gender gebruikt. Het is namelijk meer een soort synoniem, zoals ook te zien bij de uitleg in de Van Dale:

 ge·slacht (het; o; meervoud: geslachten)
1
gezamenlijke afstammelingen van een gemeenschappelijke stamvader
2 (biologie) onderafdeling van een familie
3 sekse, kunne
4 geslachtsdeel
5 (taalkunde) het mannelijk, vrouwelijk of onzijdig zijn van een zelfstandig naamwoord; = genus

Wat is dan dit sociale aspect, de gender, waar dus geen echte vertaling voor is in het Nederlands? Gender is een sociaal concept, gebaseerd op de biologische sekse. Het refereert aan gedrags- en identiteitsconcepten, in tegenstelling tot onze sekse dat aan biologische en fysiologische aspecten refereert. Doordat het een sociaal concept is, verandert de definitie van gender in verschillende culturen en gedurende verschillende tijden, evenals de indeling van gender. Het huidig meest bekende systeem is het ‘binaire genderstelsel’: de ons welbekende man-vrouw indeling.

Gender refereert dus aan de sociale, culturele en historische verschillen tussen groepen mensen die over het algemeen worden ingedeeld op basis van hun sekse: de biologische en fysieke verschillen tussen deze mensen. Gender refereert daarbij bijvoorbeeld aan ‘mannelijk’ en ‘vrouwelijk’ (verwijzend naar het gedrag van de persoon), waar sekse refereert aan ‘man’ en ‘vrouw’ (verwijzend naar de geslachtsdelen).
De manier waarop wij gender indelen is dus een sociaal concept: het is bedacht door de mens.

De ontwikkeling van jouw gender

Als het iets is wat wij als mens hebben bedacht, hoe ontwikkeld zich dit dan? Het gehele begint uiteraard bij de baby in de baarmoeder, waar het biologische geslacht wordt gevormd in de volgende 3 stappen:

  1. De geslachtschromosomen. Deze worden bij de bevruchting samengevoegd, en bepalen je chromosomale geslacht.
  2. De geslachtsklieren. Meestal bepalen de geslachtschromosomen of er mannelijke (testes) of vrouwelijke (eierstokken) klieren worden ontwikkelt.
  3. De uit- en inwendige geslachtsdelen. De inwendige geslachtsdelen zijn de zaadleiders en bijballen of eileiders, baarmoeder en deel van de vagina. Tot uitwendige geslachtsdelen behoren de penis en balzak of schaamlippen en vagina. De meeste mensen hebben een mannelijk of vrouwelijk uiterlijke verschijningsvorm (fenotype), aan de hand van welke de sekse en daarmee ook de gender wordt bepaald, tegenwoordig vaak al voor de geboorte van de baby.

Deze 3 stappen geven aan, dat er ook dingen anders kunnen gaan dan dat we misschien gewend zijn. In dit geval worden er kinderen met DSD geboren, oftewel: ze zijn intersekse. Deze mensen hebben geslachtskenmerken van beide geslachten (en nee, ze zijn niet man én vrouw in 1 lichaam, geen hermafrodiet… Dat is een Griekse mythe). Het is pas sinds kort dat Intersekse mensen überhaupt wordt verteld dat ze intersekse zijn: baby’s worden vaak al vroeg (en tot voor kort zonder overleg met de ouders) geopereerd om de geslachtsdelen zoveel mogelijk op ofwel een vagina ofwel een penis te doen lijken. Hierbij verliezen ze over het algemeen (alle) gevoel in de geslachtsdelen, en vaak zitten ze een leven lang vast aan medicijnen (over het algemeen hormonen). Het blijkt echter steeds vaker dat dit helemaal niet nodig is.

Terug naar het onderwerp: de ontwikkeling van gender. Veel van de verbindingen in het brein worden na de geboorte gemaakt, een orgaan dat zich onafhankelijk van onze X of Y genen ontwikkeld. Toch zijn er stereotypsiche verschillen aan te tonen tussen jongetjes en meisjes. Hoe kan dat dan, als het brein hetzelfde is? Een fantastisch boek is Sexing the Body van Anne Fausto-Sterling (2000), waar de auteur onder andere uitlegt hoe we aan onze stereotype verschillen komen in West-Europa en de VS: Al vanaf 3-4 maanden kunnen baby’s het verschil tussen een mannen en vrouwenstem horen, en we lijken ook de gezichten te kunnen onderscheiden. Wanneer we 10 maanden zijn, ontwikkelen we de cognitieve vaardigheden om gender categorieën te creëren. Al voordat we 1 jaar zijn hebben ze de gender-verbanden die hen omringen geassimileerd. Pas vanaf een jaar of 2 a 3 zijn de ogen volledig ontwikkeld en kunnen we ook kleurvarianten als lichtroze en lichtblauw zien (jap, bij meisjes van 1 met een enorme voorkeur voor roze ligt die voorkeur dus niet aan het feit dat ze die kleur zo mooi vinden…). Ook ontwikkelen we vanaf het 2e jaar visuele voorkeuren, en in combinatie met het feit dat ze die kunnen koppelen aan gender en ook aan zichzelf, ontstaan er voorkeuren als hamers voor jongetjes en poppen voor meisjes. Hierbij benadrukt de auteur dat kinderen nog niet de link leggen tussen andere jongetjes en meisjes en specifiek speelgoed: we leggen alleen de link met de verwachtingen van de omgeving met betrekking op onszelf. Vanaf een jaar of 3 begint het culturele begrip van de indeling met betrekking tot jongetjes en meisjes zich te ontwikkelen, en kunnen ze dus een ‘correct’ antwoord geven op een vraag als ‘Ben jij een jongetje of een meisje?’.

De ontwikkeling van de genderidentiteit duurt dus een aantal jaren. Er zijn zoveel invloeden op deze ontwikkeling, dat we nooit één verhaal kunnen vertellen over de genderidentiteitsontwikkeling. Je kunt het zien als verschillende laagjes die zich biologisch gezien ontwikkelen vanuit de baarmoeder en sociaal gezien in de vroege kinderjaren. Tijdens ieder laagje zijn er weer andere invloeden, wat maakt dat geen mens gelijk is in hun sekse, seksualiteit, genderidentiteit en genderexpressie.

Wat heb ik aan die kennis?

Eigenlijk komt het er op neer, dat ontzettend veel ‘feiten’ die jij over ‘de mannen’ en ‘de vrouw’ denkt te weten…. Geen feiten zijn, maar bedachte hersenspinsels. Uiteraard, gebaseerd op gebeurtenissen in het verleden. Maar hoe gaat het ook alweer? In verleden behaalde resultaten bieden geen garantie voor de toekomst. Dat geldt voor werkelijk alles, dus ook voor gender. Dé grote discussie in de wetenschap is die van nature en nurture, misschien heb je er wel eens van gehoord: wat doet/kan/wil de mens van nature, en wat is aangeleerd? Het is een gecompliceerde discussie, en uiteraard is onze indeling van gender gedeeltelijk gebaseerd op onze fysieke lichamen, en spelen onze persoonlijkheid en genen ook mee. Toch zal je er verbaast van staan wat er allemaal is aangeleerd.

Wist jij bijvoorbeeld dat jongens en meisjes tot ongeveer 10 jaar min of meer hetzelfde zijn, fysiek? Wel, afgezien van de manier waarop ze plassen dan. En wist je dat peuters tot een jaar of 2 a 3 nog lang niet alle kleuren kunnen zien? Dus dat de bewering dat een meisje van 1,5 toch echt zélf dat roze zo fantastisch vind, bullshit (excuus voor mijn bewoording) is? Dat we waarschijnlijk de neiging hebben om langer met meisjes te praten, meer uitleg te geven, ze langer binnen te houden, waardoor ze hun talige gedeelte beter ontwikkelen? En dat we waarschijnlijk jongens sneller naar buiten sturen, meer mechanisch speelgoed geven, en dat ze daardoor hun logisch inzicht beter ontwikkelen? Oh shit, daar gaat de mythe over de Alfa dames en Beta heren. Sorry mensen… Allemaal aangeleerde stereotypen die daarna pas in het brein zich vastleggen, en niet andersom. Je weet het zelf vast wel: hoe vaker jij dat ene spelletje speelt, hoe beter je wordt. Dit komt doordat jij je brein aan het trainen bent! En dat doen we ook met onze kinderen, al van jongs af aan, wat best grote gevolgen heeft voor kids…

Wat nou als ik genderinclusief wil opvoeden?

Wil je dit niet voor jouw kind? Wel, eerst: genderinclusief opvoeden, wat is dat eigenlijk? Het woord spreekt deels al voor zichzelf, maar het is in de volksmond meer bekend als ‘genderneutraal’ opvoeden. Neutraal je kinderen opvoeden is echter best lastig, want wat is neutraal? Dat is toch niks? Daarom gebruik ik de term ‘genderinclusief’: alle genders worden geïncludeerd, alle genders zijn prima. Dit houdt in dat je dus je kind toegang geeft tot alle opties, al het speelgoed, alle kleding, alle haarstijlen. Laat het kind lekker experimenteren, uitvogelen wat het beste bij hen past. Hoe ver je dit doorvoert is aan de ouder zelf: gebruik je wel of niet het persoonlijk voornaamwoord dat past bij de sekse van het kind? Vertel je de omgeving wel of niet wat de sekse van het kind is?

Wat ik vaak langs zie komen als bezorgdheid/kritiek is dat mensen bang zijn dat kinderen niet meer als ‘jongen’ of als ‘meisje’ opgroeien. Dat ‘echte jongens dingen’ niet meer zullen gebeuren. Dat meisjes niet meer zorgzaam het huishouden zullen gaan doen. Wel, allereerst: moet het per se een meisje zijn die zorgzaam het huishouden doet? En ten tweede: ‘echte jongens dingen’ zijn neem ik aan dingen als vechten, ruig spelen, etcetera. Ik ken genoeg kids die dat ongeacht hun sekse fantastisch vinden. Het gaat niet over niet meer ‘een echte jongen’ mogen zijn. Als dat is wat bij een kind past, is dat helemaal fantastisch toch? Waar het om gaat is dat alle kinderen de vrijheid hebben om te experimenteren, te zijn, te ontdekken wat bij hen past, in plaats van dat de kinderen vanuit hun ouders een hokje krijgen voorgeschoteld waarbinnen ze moeten passen, om pas als ze uit huis gaan te ontdekken dat er nog meer in de wereld is dan dat. En ja, het merendeel van de biologische meisjes zal als vrouw opgroeien, en het merendeel van de biologische jongens als man. Maar dat is toch geen reden om ook hen de vrijheid te gunnen die rollen zelf vorm te geven? Want die vrijheid heeft uiteindelijk niet alleen betrekking op hun gender, maar ook op voorkeuren van de hobby’s, uitvinden welke studie het beste bij je past, kunnen spelen met degene die je aardig vindt in plaats van alleen met hen die dezelfde sekse hebben… Gevolgen van onuitgesproken of onbewust uitgesproken regels waar kinderen zo hun best voor doen aan te voldoen, en die hun limiteren in het kind zijn – in het uitvogelen wie ze zijn, hoe ze door het leven zullen gaan, wat bij hen past, wat en wie ze leuk vinden…

Wat ik uiteindelijk zou aanraden voor de opvoeding: creëer een self-fulfilling prophesy van zelfvertrouwen, welke ervoor zorgt dat ieder kind met zelfvertrouwen door het leven gaat, ongeacht hun seksuele oriëntatie, gender, sekse, lichaam, en alle andere dingen.

Meer weten? Kom 28 Juni naar de KennisHub van de Gender Alliantie, met als centraal thema: opvoeding.


0 reacties

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.